Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht als gevolg van de COVID-pandemie

  • Home
  • Belgisch Recht
  • Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht als gevolg van de COVID-pandemie


Chômage temporaire pour force majeure en raison de la pandémie de COVID

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht door CORONA

 

25/10/2022

 

Afin de faire face à la pandémie du COVID-19, les entreprises ont pu, depuis juin 2020, mettre leur personnel au chômage temporaire. En effet, l’ONEM considérait toutes les situations d’impossibilité d’exécution du contrat de travail liées à la propagation du virus comme étant une situation de force majeure suspendant l’exécution du contrat de travail et permettant au travailleur concerné de bénéficier d’une allocation de chômage durant cette période. Les conditions d’accès et de droit à l’allocation ont ainsi drastiquement été assouplies.

 

Rétrospectivement, l’ONEM semble avoir considéré que l’assouplissement a fait l’objet d’abus, abus qui justifieraient la récupération des allocations versées. A cette fin et de son point de vue, l’ONEM utilise divers critères pragmatiques pour démontrer ce prétendu abus.

 

En pratique, la récupération par l’ONEM doit se faire auprès du travailleur concerné ayant perçu les allocations, celui-ci devant ensuite se retourner à son tour contre son employeur pour réclamer le salaire non payé ou des dommage et intérêts en raison de la suspension fautive du contrat de travail par l’employeur.

 

Face à cette situation juridique complexe pouvant aboutir à des contradictions et à des situations injustes, le législateur est intervenu par une loi du 30 juillet 2022 publiée au M.B. le 29 septembre 2022, selon laquelle l’ONEM pourra récupérer le montant des allocations indument versées directement auprès de l’employeur. L’application de la nouvelle loi prévoit que la rémunération normale durant la période de suspension du contrat est due (alors qu’il n’y a pas eu de travail effectif). Le montant ainsi remboursé sera par conséquent qualifié de rémunération, ce qui implique notamment le paiement et la retenue des cotisations sociales et du précompte professionnel.

 

Le législateur part de l’hypothèse selon laquelle c’est l’employeur qui aurait commis une erreur en invoquant à tort la force majeure en raison du COVID.

 

Ces nouvelles dispositions sont entrée en vigueur rétroactivement le 1er juillet 2022 et sont valables jusqu’au 31 décembre 2022, sauf prolongation.

 

Thomas DE NYS

Thomas.denys@skynet.be

Avocat associé

 

Nederlandstalige versie :

 

Bedrijven kunnen sinds 2020 hun personeel tijdelijk werkloos stellen wegens overmacht voor CORONA. De RVA beschouwde namelijk alle situaties waarin de uitvoering van de arbeidsovereenkomst onmogelijk was geworden omwille van de verspreiding van het virus als een situatie van overmacht die de uitvoering van de arbeidsovereenkomst opschort. Zo kon de betrokken werknemer gedurende deze periode een werkloosheidsuitkering genieten. De RVA, en dan de Wetgever, hadden daarvoor de toegangsvoorwaarden en de modaliteiten drastisch versoepeld.

Achteraf bleek de RVA van oordeel te zijn geweest dat de versoepeling het voorwerp zou zijn geweest van misbruik, waardoor de terugvordering van de betaalde vergoedingen gerechtvaardigd zou zijn. Vanuit dit standpunt, dat strafrechtelijke gevolgen zou kunnen hebben voor het bedrijf, hanteert de RVA verschillende pragmatische criteria.

 

In de praktijk moet de RVA de bedragen rechtstreeks bij de werknemer terugvorderen. Deze moet zich dan op zijn beurt keren tegen zijn werkgever om achterstallige loon of schadevergoeding te vorderen wegens de vermeende foutieve houding van de werkgever.

Geconfronteerd met deze complexe juridische situatie die tot tegenstrijdigheden en oneerlijke situaties kan brengen, is de Wetgever tussengekomen per wet van 30 juli 2022 gepubliceerd in het BS van 29 september 2022. De RVA kan nu het bedrag van de uitkeringen rechtstreeks bij de werkgever terugvorderen.

De nieuwe wet bepaalt dat de normale bezoldiging tijdens de periode van schorsing van de AO verschuldigd blijft (terwijl er geen daadwerkelijke arbeid werd verricht). Het aldus terugbetaalde bedrag zal bijgevolg worden gekwalificeerd als bezoldiging, wat betaling en inhouding van sociale zekerheidsbijdragen en roerende voorheffing met zich meebrengt.

De Wetgever gaat ervan uit dat de werkgever een fout zou hebben gepleegd bij het inroepen van overmacht wegens Corona terwijl hij dit niet kon doen.

Deze nieuwe wettelijke bepalingen zijn met terugwerkende kracht in werking getreden op 1 juli 2022 en zijn geldig tot 31 december 2022. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, deze datum van buitenwerkingtreding wijzigen.

 

Thomas DE NYS

Thomas.denys@skynet.be

Advocaat vennoot



 

Share: